Langs de lijn: stadionspreaker Floris Thoolen
Langs de lijn: stadionspreaker Floris Thoolen
Een lekker potje voetballen! Maar niet zonder coaches, trainers, scheidsrechters… en zelfs de kantinejuf. In Langs de Lijn kijken we verder dan de voetballers. En we vragen al die andere belangrijke mensen de oren van het hoofd.
Stadionomroeper
Naam: Floris Thoolen
Geboren: 14 september 1953
Woonplaats: Amsterdam
Een stadionomroeper? Wat doet die precies?
“Je verwelkomt het publiek en vertelt ze de opstellingen van de teams voor de wedstrijd begint. Als er gescoord wordt roep je om wie het doelpunt gemaakt heeft. En wanneer iemand gewisseld wordt. Je bent eigenlijk een soort gastheer. Bij Ajax ben ik nu al twintig jaar stadionspeaker. En bij Oranje vier jaar.”
Waarom wilde je stadionomroeper worden?
“Ik ben heel toevallig aan dit baantje gekomen. Ik was al vrijwilliger bij Ajax. Een keer kwam een omroeper niet opdagen bij een wedstrijd. Toen heb ik het gedaan. Ik mocht meteen blijven. En ik ben nooit meer weggegaan. Uiteindelijk ben ik ook gevraagd voor het Nederlands elftal.”
Hoe doe je dat met uitwedstrijden?
“Dan ga ik met het team mee. Bij Ajax tenminste. Bij Oranje doe ik alleen de thuiswedstrijden. Overal waar je komt is het omroepen anders. In de Arena zit ik met mijn microfoon helemaal bovenin het stadion. In een hokje met mensen van de techniek. En in de Kuip in Rotterdam zit ik echt pal naast het veld.”
Zeg je nooit namen verkeerd?
“Echt bijna nooit. Ik oefen best veel. Maar soms zitten er wel wat gekke namen tussen. Bij interlands bijvoorbeeld. Dan vraag ik aan iemand van het buitenlandse team hoe je die moeilijke namen uitspreekt. Dat doe ik ook als er nieuwe spelers bij Ajax of Oranje zitten en ik niet goed weet hoe je die namen uitspreekt. Ik wil absoluut geen fouten maken.”
Wat is nou de mooiste wedstrijd die je hebt moeten omroepen?
“Dat zijn er zoveel. Maar de mooiste was toch wel de Champions League-finale tussen Ajax en AC Milan in 1995. Dat was in Wenen. En Ajax won! Toen ben ik van blijdschap het veld opgerend. Dat mocht eigenlijk niet, maar dat kon me toen weinig schelen. Ik wilde meefeesten!”













